Party Time!

Hij was er weer: de Beach Party van de LVT Group! De vijfde alweer, maar voor mij als nieuwe telg van de LVT Group was dit een mooie gelegenheid om klanten en journalisten te ontmoeten. Tegen 12 uur ging ik samen met Marije, ook een nieuw gezicht binnen LVT, op weg naar Vinkeveen Haven. Daar zagen we dat de meiden van Eventive al druk bezig waren om het terrein te versieren. Dus we hebben snel geholpen om de laatste puntjes op de i te zetten.

Uiteraard was er voor de gasten de nodige (ont)spanning. Ze konden bijvoorbeeld genieten van een heerlijke Ayurvedische voetenmassage. Voor de sportievelingen was er een workshop capoeira, een Braziliaanse vechtdans. Daarnaast lagen er in de haven een aantal valkjes, sloepjes en een grote ruime sloep klaar voor korte tochtjes over de Vinkeveense Plassen.

Tegen zes uur ging de barbecue aan en dat bleef niet lang onopgemerkt. Binnen een mum van tijd stond er dan ook een lange rij voor de lekkere salades, vis- en vleessoorten en andere lekkernijen. Op de achtergrond speelde de band La Vie en Rose, zodat mensen swingend aan het eten waren.

In totaal hadden we zo’n 130 gasten en de reacties waren allemaal positief. Iedereen had zich erg goed vermaakt en heerlijk gegeten. Al met al een zeer geslaagde dag. De hele dag is op de gevoelige plaat vastgelegd, de foto’s zijn te bekijken via deze link.

Veel kijkplezier en hopelijk tot volgend jaar!

Daniëlle

Het platteland komt naar u toe

Mijn buurvrouw is trendwatcher. Zij vertelde me dat we voor 2010 een volledige ‘terug-naar-de-natuur’-revival kunnen verwachten. Alle tekenen zijn er. Boer zoekt vrouw is een gigasucces, knuffelen met koeien neemt hand over hand toe op het platteland. Lanterfanten moet weer (zie www.lanterfanten.nl). Er zijn excursies voor schoolklassen om te laten zien dat danoontjes eten alleen kan dankzij de koeien in de wei. De slow food-beweging wint terrein. Kortom, we mogen weer trots zijn op onze boerenstand. De modeontwerpers en alle andere designers zijn al druk in de weer met dit thema. Benieuwd wat het gaat worden in 2010.

De massale omarming van reclamebureaus van regionale accenten en dialecten is eveneens een teken aan de wand dat mijn buurvrouw wel eens gelijk kan hebben. En dat is vreemd omdat eind vorige eeuw iedereen dacht dat het dialect de 21ste eeuw niet zou halen.

Hoe anders is de situatie nu. Het platteland komt dagelijks naar u toe. Bij producten als Hooghoudt (Uut Grunn), Zeeuws Meisje (Ons ben zuunig hè) en Pijnenburgkoek (Noord-Brabants), kun je nog volhouden dat dit streekproducten zijn, waarvan de reclamemaker de authenticiteit versterkt met een accent of dialect. Maar hoe zit het met de reclames van SNS Bank (Limburgs), Cora van Mora (Limburgs), Pearl (Noord-Brabander met slechtziende helderziende vrouw) en UPC (Noord-Brabants)? Dit zijn allemaal bedrijven met een nationale uitstraling. Het antwoord van de communicatieafdelingen van deze bedrijven is steevast hetzelfde. We willen het gevoel van echtheid, eerlijkheid en authenticiteit versterken. Prima, als het de omzet verhoogt.

Wat mij wel tegen de borst stuit is als de overheid zich in zijn communicatie bedient van een dialect. Gemeenten werven bijvoorbeeld personeel dat een streektaal beheerst, in vacatureteksten opgesteld in het dialect. De overheid is er voor alle Nederlandse burgers en moet daarom te allen tijde in het ABN communiceren. Dus ook een grappig bedoeld Postbus 51-spotje als Tied veur ’t nije ried’n is niet geschikt als overheidscommunicatie. De overheid zou op dit punt een principieel beleid moeten ontwikkelen. Dialect en streektalen sluiten groepen uit en daar mag de overheid zich niet aan schuldig maken.

Ben

Taalles voor ambtenaren


Ik ken er een paar persoonlijk, ambtenaren. En voor hen geldt dit natuurlijk niet. Maar over het algemeen kan toch wel gezegd worden dat deze beroepsgroep kampioen is in wollig en onbegrijpelijk taalgebruik. En dan heb ik het nog niet eens over de taalfouten die ze in hun warboel nog kwijt kunnen. Zonder iemand voor de schenen te willen schoppen, kun je stellen dat ambtenaren in hun teksten geen rekening houden met hun doelgroep. Het Rijk ziet dit ook in en start in september 2008 een broodnodige taal-opfriscursus. Het doel? Minder werkdruk (nee, deze koppen we niet in) voor de ambtenaar en minder stress voor de burger. Als ambtenaren een brief toesturen die de burger direct begrijpt, belt deze niet op met vragen en is de zaak sneller rond.

Archaïsch taalgebruik is ambtenaren eigen. Oneindig lange zinnen, wollige omschrijvingen, moeilijke woorden. Ze sluiten maar zelden aan op de doelgroep. In de gemeente Tilburg bijvoorbeeld, joegen vooral de brieven van de sociale dienst de ontvangers schrik aan. Strenge bewoordingen en onduidelijke formuleringen zijn niet prettig als je ze ontvangt van een instantie waarvan je financieel afhankelijk bent. Deze gemeente stak hier een stokje voor. Brieven zijn herzien, medewerkers op cursus gestuurd. Steeds meer overheidsinstanties volgen dit voorbeeld. Ook initiatieven als de website www.schrijfmaargewoon.nl helpen de ambtelijke schrijver een handje. Deze site vertaalt als het ware ambtelijke teksten naar begrijpelijk Nederlands. Doelgroepgericht denken is iets wat bij de overheid tot op heden nog niet genoeg aandacht kreeg. Een initiatief als dat in september van start gaat, doet mij deugd. Eindelijk. Ook de overheid staat stil bij haar boodschap en de doelgroep met wie zij communiceert.

De politie regio Utrecht heeft de cursus nog niet gehad, zo blijkt wel uit dit stuk proza:

Hierbij bericht ik u dat op grond van een door mij aan het centraal justitieel incasso bureau (C.J.I.B.) gedaan verzoek tot intrekking van de aan u opgelegde beschikking met bovengenoemd zaak- en procesverbaalnummer, het C.J.I.B. de betreffende beschikking heeft vernietigd.

Na even graven in mijn geheugen sijpelt door dat dit waarschijnlijk een snelheidovertreding betreft op een plek waar ik nooit geweest ben…. Deze is klaarblijkelijk kwijtgescholden, toch?

Els

‘A satisfied customer! We should have him stuffed!’

In de hilarische serie over het chaotische hotel Fawlty Towers doet John Cleese deze klassieke uitroep. Tevreden klanten zijn niet altijd vanzelfsprekend. Vandaar dat LVT de klanttevredenheid liet meten. Onze stagiaire zette een onderzoek in elkaar waarin het aanbod en de kwaliteit van de dienstverlening onder de loep werd genomen. Klanten weten onze resultaatgerichte aanpak, de mediarelaties en ons tekstwerk met name te waarderen. Ook de mediatraining blijkt een van de hoogst gewaardeerde items.

Kennis en ervaring zijn van onschatbare waarde. De investeringen die we hierin doen, missen hun uitwerking niet. Met een score van 4 uit een mogelijke 5 worden deze twee goed gewaardeerd. Maar de aandacht hiervoor mag natuurlijk niet verslappen.

Uiteraard ligt voor ons de focus op het optimaal bedienen van klanten en media. Dat is voor ons het hoogst haalbare resultaat. Met de groei die we doormaken, is het daarmee soms lastig dezelfde focus te houden op álle bedrijfsactiviteiten. Zeker als die wat meer in de ‘periferie’ liggen.

In alles wat we doen werken we zo transparant mogelijk. Dus ook als het op de ‘afrekening’ aankomt. Toch bleek dit administratieve stuk met een ‘gewone’ voldoende minder goed gewaardeerd. Uiteraard proberen we de afrekening zo te maken dat er nooit vragen over kunnen bestaan. In de praktijk lukt dat ook. Toch heeft een aantal klanten aangegeven rapportage en facturering meer naar eigen formats en snelheid te willen krijgen. Op deze twee punten hebben we direct actie ondernomen. Zodat we bij een herhalingsonderzoek ook op deze gebieden meer dan een magere voldoende zullen scoren.

Al met al is er best reden voor tevredenheid. Maar geen reden om achterover te leunen. De aandachtspunten pakken we op, en aarzel niet ons uit te dagen waar dat kan.